Extra informatie over het boekenweekprogramma 2005
Wat gisteren was, wat morgen zal zijn
Inleiding
Oudste tijd
Middeleeuwen
17e eeuw
18e en 19e eeuw
20e eeuw
Tot slot
Nota Bene: een webquest over de boekenweek en het poëzieprogramma van Hoed en de Rand is te vinden op deze site.
Voor het boekenweekprogramma van 2005 duikt Hoed en de Rand in de vaderlandse geschiedenis, met als motto een gedicht van Rutger Kopland uit de bundel Een lege plek om te blijven. De laatste strofe van het gedicht luidt:
Wat gisteren was, wat morgen zal zijn
is al eeuwen bekend en verdeeld,
maar vandaag is geheim als tussen
gordijnen een hand zonder lichaam.
Hoed en de Rand begint Wat gisteren was, wat morgen zal zijn uiteraard met het gedicht dat de titel aan het programma gaf, springt dan direct met een eigen liedje naar Castricum (het geboortedorp van Jelle) in het jaar 1400. Via een uitspraak van Jan Blokker ("Geschiedenis is niet wat er gebeurd is, geschiedenis is wat mensen zich herinneren") en de herinneringen van Peter komen we op de geboortegrond van Peter terecht. In het Zeeland van 50 voor Christus laat de dichter Benno Barnard een visser aan het woord:
Wat deed ik anders aan de rivier dan fuiken uitzetten,
luisteren naar oude bloeddoorlopen verhalen,
grommende in haar binnendringen
en een gouden zoon voor na mij maken?
Van alle tijden is het thema van de onbereikbare geliefde; ook in de middeleeuwen was dat thema geliefd. Het bekendste lied daarover geschreven is misschien wel het 'Lied van de twee koningskinderen'. Klik hier voor de middeleeuwse tekst met een moderne vertaling ernaast en een korte toelichting bij dit lied. Het lied is een volksballade. Hoed en de Rand maakte bij dit lied een eigen, middeleeuws aandoende melodie. Geholpen door een voormalige Dichter des Vaderlands zingt Hoed en de Rand aansluitend een 20e-eeuws gedicht.
In de ouderwetse geschiedenislessen op de lagere school was de tachtigjarige oorlog (1568-1648) meestal goed vertegenwoordigd. De slag bij Nieuwpoort, het ontzet van leiden, van Alkmaar begint de victorie: als de meester een beetje goed kon vertellen, waren dat verhalen om van te smullen. Kees Stip
vindt tachtig jaar oorlog (terecht!) wel erg lang....
De 17e eeuw is natuurlijk ook onze Gouden Eeuw met literaire grootheden als Vondel en Hooft en vooral met onze schilders, waaronder misschien wel 's wereld beroemdste schilder Rembrandt:
Veel lauwerkransen zijn niet nodig
voor redevoering is geen tijd
en achteraf, 't is overbodig,
elk weet dat Gij de Grootste zijt!
schreef Jan Wolkers, inclusief hoofdletters en uitroepteken, in zijn gedicht 'Aan Rembrandt'.
THE NIGHT WATCH
Shine, shine, the light of good works shine
The watch before the city gates depicted in their prime
That golden light all grimy now
Three hundred years have passed
The worthy Captain and his squad of troopers standing fast
The artist knew their faces well
The husbands of his lady friends
His creditors and councillors
In armour bright, the merchant men
Official moments of the guild
In poses keen from bygone days
The city fathers frozen there
Upon the canvas dark with age
The smell of paint, a flask of wine
And turn those faces all to me
The blunderbuss and halberd-shaft
And Dutch respectability
They make their entrance one by one
Defenders of that way of life
The redbrick home, the bourgeoisie
Guitar lessons for the wife
So many years we suffered here
Our country racked with Spanish wars
Now comes a chance to find ourselves
And quiet reigns behind our doors
We think about posterity again
And so the pride of little men
The burghers good and true
Still living through the painter's hand
Request you all to understand
Om deze prachtige tekst van Richard Palmer-James wilde Hoed en de Rand niet heen. Hij staat op de LP Starless and bible black van de Engelse popgroep King Crimson uit 1974. Gitarist/songwriter Richard Palmer-James leverde verschillende teksten voor dit album, waaronder die over de Nachtwacht. Een vertaling van J.J. Fonville zette Peter naar zijn eigen hand door de mooie beginregel als een stokregel telkens op zijn eigen melodie terug te laten komen.
Hoewel daar de laatste jaren wel degelijk verandering in is gekomen kwamen de 18e eeuw en de 19e eeuw er in de vaderlandse geschiedschrijving traditioneel wat bekaaid vanaf. Dat is in dit programma niet anders, want we vliegen direct van de 17e eeuw naar het einde van de 19e eeuw en vandaar gaat het naar het midden van de 20e eeuw.
Aan het eind van de 19e eeuw komen we weer een beroemde Nederlandse schilder tegen, over wie tientallen gedichten geschreven zijn, waaronder:
WIM BEEREN - NA EEN EEUW
Het redelijke is reeds gezegd,
het uitzinnige verbeeld.
Het pleit werd al beslecht.
Doet napraten nog recht?
Elle durerait toujours: de droefheid,
het niet bereiken van de weg
tussen wat werd aanschouwd in hevigheid
en wat ik wenste als sereniteit.
Was ik een heerschap als Monet geweest,
had ik geleefd, geschilderd en gekookt
in eigen tuin, ik had mijn feest
nog wel beleefd… 'k was van andere leest.
Wat ik voor ogen had is toch gedaan.
Zonder gevoel en lichaam te ontzien,
heb ik uit dank voor mijn bestaan
in kunst mijn souvenir gemaakt. En ben gegaan.
In 1940 schreef Bertus Aafjes zijn mooie sonnet 'De laatste brief', met als slotregel 'Liefste de oorlog is nog niet begonnen'. De 20e eeuw is de eeuw van de Wereldoorlogen. De Eerste Wereldoorlog ging nog net om Nederlands heen, maar de Tweede Wereldoorlog sloeg ook hier diepe wonden. Veel dichters hebben daarvan getuigd, waaronder Remco Campert, wiens vader, de dichter Jan Campert, in het concentratiekamp Neuengamme omkwam. Over de omstandigheden waaronder hij stierf is begin 2005 weer uitvoerig geschreven, zonder dat het definitieve verhaal daarover duidelijk werd. Jan Campert was de dichter van het beroemde gedicht 'De achttien dooden', in 1943 als rijmprent verschenen:

Een van de meest traumatische gebeurtenissen van 'na de oorlog' is lange tijd de watersnoodramp van 1953 geweest. Het gedicht 'Watersnood' van Gerrit Achterberg beschrijft dat trauma heel precies. De beginregels van Achtergbergs gedicht zijn direct al erg beeldend, ook door de speciale vorm van beeldspraak. Deze beginregels zijn het klassieke voorbeeld van de asyndetische vergelijking.
Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot het instorten van de Soviet Unie in 1991, bepaalde de Koude Oorlog de sfeer in de wereld. De rivaliteit tussen het kapitalistische Westen en communistische Oostblok leidde tot een bewapeningswedloop. Beide machtsblokken richtten kernwapens op elkaars steden.
Omdat Nederland Navo-lid was, kreeg de regering de vraag voorgelegd of er 48 kruisraketten op Nederlandse grond geplaatst konden worden. De regering stond positief tegenover deze vraag, maar had buiten de bevolking gerekend. Grote groepen mensen wilden niets van doen hebben met de bewapeningswedloop.
Massale demonstraties waren het gevolg. November 1981 waren in Amsterdam 400.000 mensen op de been, op 29 oktober 1983 maar liefst 550.000 in Den Haag, en in mei 1984 staakten ca. 900.000 mensen door een aantal uren niet naar het werk te gaan.
Hun 'nee' tegen atoombewapening en Amerika was geen 'ja' voor de Soviet Unie, maar een 'derde weg' van pacifisme en politieke nuchterheid. Dit idee sloeg sterk aan in andere landen, waar ook grote volksbewegingen opkwamen. Het Nederlandse voorbeeld werd zo gretig gekopieerd dat men het vergeleek met een virus. De Amerikaanse historicus Walter Laquer verzon er in 1981 een woord voor: Hollanditis.
In één van die demonstraties, op 21 november 1981, liep de dichter Jan Eijkelboom mee, en hij schreef erover. Het gedicht, inclusief een analyse ervan, is te vinden op de klassiekersbladzij van het internetpoëzietijdschrift Meander.
De eeuwen verstrijken, de tijd gaat verder, of, zoals Rutger Kopland het alweer zo mooi verwoordde:
Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te weten wat het is
en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven
zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg
zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen
het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd
te bedenken hoe nu we leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd
niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachten is geen tijd
we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen de wind.
Kunst is voor de eeuwigheid, zegt men wel. Als je de geschiedenis induikt, lijken dichters niet bepaald de aangewezen personen om te bestuderen. Dat is vroeger wel anders geweest: Vondel schreef bijvoorbeeld pamflettistische gedichten en toneelspelen, waarin de politieke ruzies van zijn tijd beschreven werden.
Maar ook tegenwoordig worden er dichters aangesteld om geschiedenis te schrijven: de Dichter des Vaderlands bijvoorbeeld en talloze stadsdichters die bij belangrijke nationale of plaatselijke gebeurtenissen geacht worden een gedicht te schrijven.
Gerrit Komrij was de eerste Dichter des Vaderlands. Hij schreef o.a. gedichten over belangrijke gebeurtenissen die met het koningshuis te maken hebben en dat was wel opmerkelijk voor een overtuigd republikein. Zo maakte Komrij een gedicht bij de dood van Prins Claus, maar ook ter gelegenheid van de geboorte van de dochter van prins Willem-Alexander en prinses Máxima.
Oranjekindje
Er is een kindje.Iedereen is blij,
Katrien is blij. Truus is zelfs in de wolken.
Want kindjes zijn onschuldig en, daarbij,
Ze hebben Mabel nu genoeg gemolken.
Goed dat Oranje weer een wedstrijd wint.
De hele intellectuelenkliek
Valt stil, doodstil, door toedoen van een kind.
Baar, baar- en op de vlucht slaat de kritiek.
Als dichter moet ik nu mijn zegje doen.
Welaan, ik geef het kind een dikke zoen
En zeg u dit: als uw gejuich oprecht is,
Zorg dat het kind een leven krijgt dat echt is,
Gun het een stem, een hart, een eigen pad -
En schop de monarchie onder haar gat.
Gerrit Komrij was voor vijf jaar gekozen, maar na vier jaar gaf hij er de brui aan. Hij werd voor één jaar opgevolgd door een interim-Dichter des Vaderlands: Simon Vinkenoog. Eén van de laatste gedichten die Vinkenoog in deze functie schreef was 'Tsunami-reveil', geschreven voor de VPRO-gids, 22/28 januari 2005, bij een artikel over de verkiezing van de nieuwe Dichter des Vaderlands.
Tsunami-reveil
Stop het gekweld gekweel,
getijden verzwelgen oude tijden.
De zee heeft gegeven en genomen
en de aarde gaat over lijken.
Hoe kwetsbaar het lichaam,
dat zomaar kan bezwijken.
Elke stap die je zet:
het leven op losse schroeven.
Als er niets meer te zeggen is,
is het beter te zwijgen.
Zo het is is het goed,
dat begrijpen vereist moed.
Het wezen der dingen
voortdurend bezingen.
De dageraad een eeuwig lied,
je hoort het of je hoort het niet.
Simon Vinkenoog
1 januari 2005
Al voordat hij Dichter des Vaderlands werd schreef Driek van Wissen over de actualiteit in zogenaamde speedsonnetten. Op deze site staan tientallen voorbeelden.